PraktijkanalyseRijden in het donker

Zien én gezien worden

Rijden in het donker vraagt meer van een bestuurder dan rijden bij daglicht.

De beperkte zichtbaarheid maakt het moeilijker om de snelheid en afstand van andere weggebruikers in te schatten. Voetgangers, fietsers en stilstaande voertuigen worden vaak pas laat opgemerkt.

Een veilige bestuurder past daarom zijn snelheid aan, gebruikt de juiste verlichting en blijft voortdurend alert.


Praktijksituatie

Een automobilist rijdt in het donker over een provinciale weg.

Aan de rechterzijde ziet hij in de verte een zwakke reflectie.

Hij vermindert zijn snelheid en blijft aandachtig kijken.

Even later blijkt het een fietser zonder goede verlichting te zijn.

Doordat de bestuurder zijn snelheid tijdig had aangepast, kan hij de fietser veilig passeren met voldoende zijruimte.

Een gevaarlijke situatie wordt voorkomen.


Wat ging hier goed?

De bestuurder:

  • keek ver vooruit;
  • herkende een mogelijk risico;
  • paste zijn snelheid direct aan;
  • hield voldoende afstand;
  • haalde de fietser veilig in.

Goed kijken voorkomt verrassingen.


Beperkingen van rijden in het donker

In het donker is het moeilijker om:

  • afstanden in te schatten;
  • snelheden van tegenliggers te beoordelen;
  • kwetsbare weggebruikers te herkennen;
  • obstakels op de weg tijdig te zien.

Daarom moet uw snelheid altijd passen bij de afstand die uw verlichting verlicht.


Gebruik uw verlichting op de juiste manier

Controleer regelmatig of:

  • alle verlichting goed werkt;
  • de koplampen schoon zijn;
  • de verlichting correct is afgesteld;
  • de ruiten schoon zijn.

Goed zicht begint bij goed onderhoud van uw voertuig.


Voorkom verblinding

Tegenliggers kunnen tijdelijk verblinden.

Wanneer dit gebeurt:

  • kijk niet rechtstreeks in de koplampen;
  • richt uw blik iets naar de rechterzijde van de weg;
  • verminder zo nodig uw snelheid;
  • blijf uw rijstrook goed volgen.

Uw ogen hebben tijd nodig om zich opnieuw aan te passen.


Kwetsbare weggebruikers

In het donker zijn voetgangers en fietsers soms moeilijk zichtbaar.

Wees extra alert:

  • in woonwijken;
  • bij bushaltes;
  • rondom scholen;
  • bij oversteekplaatsen;
  • op onverlichte wegen.

Houd rekening met weggebruikers die donkere kleding dragen of onvoldoende verlichting voeren.


Vermoeidheid speelt een grotere rol

Veel bestuurders worden in het donker sneller vermoeid.

Let op signalen zoals:

  • veel gapen;
  • branderige ogen;
  • moeite om de aandacht vast te houden;
  • later reageren op verkeerssituaties.

Voelt u zich vermoeid?

Neem dan op tijd een pauze.


Praktische veiligheidsregels

Rijd veilig in het donker door:

  • uw snelheid aan te passen;
  • uw verlichting goed te onderhouden;
  • voldoende afstand te houden;
  • extra alert te zijn op kwetsbare weggebruikers;
  • bij vermoeidheid tijdig te stoppen.

Goed zien én goed zichtbaar zijn vormen samen de basis van veilig rijden in het donker.


Leerpunt

Donkerte is geen gevaar.

Onvoldoende zicht wel.

Een bestuurder die zijn snelheid aanpast aan wat hij werkelijk kan zien, vergroot zijn veiligheid én die van anderen.


Samenvatting

Rijden in het donker vraagt om extra aandacht, een aangepaste snelheid en goed werkende verlichting. Door verder vooruit te kijken, voldoende afstand te houden en rekening te houden met kwetsbare weggebruikers, verkleint u de kans op een verkeersongeval.


De visie van RiOelRiN.NL

Overdag ziet u veel.

In het donker moet u meer vooruitdenken.

Niet alles wat zich op de weg bevindt, is direct zichtbaar.

Juist daarom zijn aandacht, een aangepaste snelheid en goed werkende verlichting van levensbelang.

Iedere bestuurder draagt verantwoordelijkheid om niet alleen zelf goed te kunnen zien, maar ook duidelijk zichtbaar te zijn voor anderen.

In het donker ziet u minder. Laat daarom uw verstand verder kijken.

Your Safety is Thinking


RiOelRiN.NL Op de Weg Platform

Veiligheid op de weg begint bij alle weggebruikers zelf.


opdeweg platform rioelrin

Auteur: Gerbrand (GRvR)